“Waarom knotten jullie die wilgen om-en-om?”, een vraag die ik regelmatig krijg als we als knotgroep een rij knotwilgen bewerken. Daarop antwoord ik altijd iets van: het staat veel mooier dan zo’n rijtje kale knotten. En voor dieren die afhankelijk zijn van de wilg blijft dan altijd een plekje. Beter voor de biodiversiteit dus, maar ja, waarom? Daar was ik zelf ook wel benieuwd naar.
Ik stuitte op onderzoeken naar insectensoorten die afhankelijk zijn van een boomsoort. Wat blijkt, de wilg is kampioen, maar liefst 700 verschillende insectensoorten zijn gebonden aan de wilg. En ook de els, de winter- en zomereik, lijsterbes, meidoorn en de berk scoren goed, met zo’n 250 tot 400 insectensoorten. Allen inheemse bomen. Ter vergelijking, typische uitheemse, door de mens van verre ingevoerde boomsoorten, herbergen slechts 10 tot 15 verschillende insectensoorten. Denk aan kastanjes, Amerikaanse eiken en platanen. Mooie bomen, weinig bijdrage aan de biodiversiteit.
Inheemse bomen trekken i.h.a. veel meer insecteninsectensoorten dan uitheemse. Doordat dedie inheemse soorten en insecten een lange geschiedenis met elkaar delen, hebben de insecten zich steeds beter aangepast aan de mogelijkheden om op deze boom te leven of ervan te eten. Bij uitheemse soorten is deze tijd veel korter en hebben insecten zich minder op deze boom aangepast.
Knotwilgen zijn inheemse schietwilgen die door snoeien en zagen compact gehouden zijn. En juist oude knotwilgen met holtes, kieren en scheuren in hun opengebarsten stam herbergen talloze insecten. Voor een schuilplek en voor voedsel. Dat voedsel komt in het voorjaar al vroeg ter beschikking als de wilgen bloeien en enorme hoeveelheden stuifmeel en nectar produceren. Het gonst er dan letterlijk van het insectenleven. Zonder wilgen zouden deze insecten gewoon te weinig voedsel vinden. En zonder insecten, geen insectenetende vogels. Zo eenvoudig is het. Soms broedt er zelfs een eend of een uil in de holte. Wilgen blijken ware biodiversiteits-hotspots. Dus het om-en-om knotten zorgt ervoor dat er in de rij wilgen voldoende voedsel voor insecten is en dus voor vogels.
Dit is ook een oproep aan gemeentes om minder vaak een uitheemse boom te planten en vaker een inheemse, zoals een wilg. En als je zelf een knotwilg in je tuin wilt hebben, supermakkelijk. Zoek een dikke wilgentak en steek deze op een vochtige plek diep genoeg in de grond en afwachten maar. Zodat we kunnen zeggen: waar een weg is, is een wilg.
Wim Bax
IVN-natuurgidsenopleider